De Filmkrant: STAND VAN DE STERREN

STAND VAN DE STERREN

Nederland, 2010 | Leonard Retel Helmrich
Met stand van de sterren, openingsfilm van IDFA, besluit Leonard Retel Helmrich zijn documentaire trilogie over Indonesië. De maker is niet optimistisch over het land. “De Arabische variant van de islam maakt de oorspronkelijke cultuur kapot.”

In stand van de sterren schuiven we weer het leven binnen van de arme familie Sjamsudin over wie Helmrich eerder de stand van de zon en stand van de maan maakte. Daar zijn ze weer: moeder Rumidja, die de boel bij elkaar houdt, haar zoon Bakti, een getrouwde dertiger die nogal losjes omspringt met zijn familieverantwoordelijkheden en kleindochter Tari, die voor het eindexamen van de middelbare school zit. En dan is er nog Bakti’s vrouw Sri, die met de verkoop van voedsel op straat de kostwinner van de familie is. De film begint waar stand van de maan eindigde. Oma keerde toen terug naar haar geboortedorp, omdat ze het in Jakarta te hectisch vond. Tari, die sinds haar vijfde wees is, bleef bij haar oom Bakti en tante Sri in Jakara wonen.
Wie het fijne van de ingewikkelde familiesoap wil weten, moet alle drie de films zien, maar stand van de sterren kan ook als losstaande film worden bekeken. In het begin van de film trekt oma weer in bij Batki, Sri en Tari in Jakarta, omdat de drie het samen niet redden. Veertien (!) maanden filmde Retel Helmrich het wel en wee van de familie in Jakarta.
“Bijna dagelijks reed ik ’s ochtends met de brommer van Bekasi (een suburb van Jakarta, JdvB) naar het huis van de familie. Een afstand van maar zeventien kilometer, maar door het drukke verkeer deed ik er anderhalf uur over. Aan het eind van de dag reed ik weer terug.” Dat hij heen en weer reed en niet bij de familie in de buurt ging wonen, had te maken met Retel Helmrichs eigen complexe gezinssituatie. “Ik ben twaalf jaar getrouwd met een Indonesische vrouw, die met onze kinderen in Bekasi woont. Het is ingewikkeld, want ik leef op drie plekken: in Indonesië, Nederland en in landen waar ik workshops geef. Het lijkt misschien ideaal, maar het is moeilijk. Ik doe het al twaalf jaar zo, maar ik weet niet hoe lang ik het nog volhoud. Ik mis vastigheid. Ik heb geen vaste woonplek, geen vast inkomen. Aan de andere kant: ik ben niet ongelukkig. Misschien zou ik wel ongelukkiger zijn als ik op één plek zou leven.”

Triplex
Terug naar de familie Sjamsudin, die in een wijk woont waar kakkerlakken feestvieren en ook ratten zich uitstekend amuseren. Retel Helmrich ontgaat niets. Overal zit hij met de camera bovenop. Als een man van de gezondheidsdienst om de gevaarlijke knokkelkoorts te bestrijden met een spuit witte gifwolken de wijk inblaast, blaast hij ze bijna in het gezicht van de kijker. De maker staat er ook bij als in het huisje van de familie een slecht aangesloten gaskomfoor in de fik vliegt, waarna hij en de familie het geluk hebben dat de gasfles niet ontploft. “Bakti had de slang niet goed aangesloten”, zegt Retel Helmrich laconiek.
Hij is het er niet mee eens dat de film oogt als een afdaling in de hel. “Er is daar zo veel humor dat ik niet aan de hel denk. Bovendien is deze buurt een gewone arbeiderswijk. De bewoners werken in fabrieken en winkelcentra. Hun leven speelt zich net boven dat van de onderklasse af. Mensen in de onderklasse leven niet in stenen huisjes, maar in krotten van triplex en golfplaten. In de film is de bedelende vrouw zonder armen, die wel een mobieltje heeft, er een voorbeeld van.”
Retel Helmrich filmt de humorvolle momenten in de familie, maar staat er ook met zijn neus bovenop als de onderlinge spanningen exploderen. Zoals de woede-uitbarsting van Sri, die het zat is dat haar man een flierefluiter is aan wie ze weinig heeft. Retel Helmrich noemt Bakti exemplarisch voor veel Indonesische mannen. “Ze rommelen maar wat aan en spannen zich niet echt in. Het is het soort mannen dat langs de kant van de weg met een brommertaxi staat. Je hoeft er niets voor te kunnen.” In de familie ziet de maker de Indonesische samenleving weerspiegeld. “De familie is een microkosmos waarin je alles terugvindt wat in het land speelt.”

Vernislaag
Over wat er in het land speelt en hoe het zich ontwikkelt, maakt Retel Helmrich zich grote zorgen. “De strenge Arabische variant van de islam rukt op. Er komen steeds meer geestelijke leiders uit Arabische landen hun interpretatie van de islam prediken. Van oudsher wordt in Indonesië een open en vrije vorm van de islam beleden. Ik ken die traditie van de verhalen van mijn moeder. Haar vader was een islamitische prediker die het geloof op die manier benaderde. Veel meer spiritueel, bijna soefistisch. Dat is sterk aan het veranderen.”
De strenge variant wordt niet van bovenaf opgelegd, maar verspreidt zich van onderaf, zegt Retel Helmrich. “Een voedingsbron is dat het verschil tussen rijk en arm steeds groter wordt. In de politiek wordt daarover veel gesproken, maar alleen islamitische organisaties doen werkelijk iets. Zij krijgen geld uit Arabische landen. In Saoedi-Arabië hebben ze niet genoeg armen, zodat de gelovigen hun zakaat (religieuze armenbelasting, JdvB) in een fonds storten voor arme gelovigen in het buitenland.”
Zoals vroeger met christelijke missionarissen sluipt achter de hulp het ware geloof naar binnen. De gevolgen zijn desastreus voor de oorspronkelijke cultuur, meent Retel Helmrich. “Het Javaanse wajang- en poppenspel is op Java bijna nergens meer te zien. Dorpshoofden geven geen toestemming meer, omdat imams zeggen dat het niet strookt met de islamitische leer. Als vervanging worden islamitische vormen van zang en dans opgevoerd. De traditionele cultuur gaat kapot.” Oprukkende islamisering. De woorden klinken bekend. “Wat Wilders over Nederland beweert, vind ik onzin. We hebben hier een jeugdprobleem en geen probleem met de islam. Maar zijn opvattingen kloppen wel voor Indonesië. Als hij niet op cultuur zou willen bezuinigen — je moet de oorspronkelijke cultuur juist stimuleren — zou ik in Indonesië aan zijn kant staan. Ja, ik ben somberder dan toen ik de trilogie begon. Dat komt doordat ik nu door de vernislaag heen kijk.”

PS
Een paar dagen na het interview met Retel Helmrich raakte een minister in Indonesië in opspraak omdat hij Michelle Obama, die met haar man op staatsbezoek was in Indonesië en die zoals bekend een vrouw is, een hand had gegeven.

Jos van der Burg

Lees het artikel op:

De Filmkrant: STAND VAN DE STERREN

terug naar overzicht